Week tegen het pesten: waarom dit nog steeds noodzakelijk is...
Waarom dit nog steeds noodzakelijk is....
Deze week wordt er extra aandacht besteed aan het fenomeen pesten. Reden voor mij om eens in deze problematiek te duiken en te onderzoeken of er een verband is tussen pesten en hooggevoeligheid.
Wat is pesten?
Pesten heeft alles te maken met sociale relaties. Nu, aan het begin van het schooljaar, is het moment dat de posities op de apenrots verdeeld worden. Kinderen die onzeker zijn, gedragen zich anders, leggen de focus op anderen om ervoor te zorgen dat ze zelf ontzien worden.
Iedereen heeft hierin zijn eigen rol. Zo is er iemand die de aanstichter is, de initiatiefnemer, de sterkste of meest populaire in de groep. Een assistent springt bij wanneer de pester begonnen is, de bekrachtiger moedigt aan en de omstander ziet het gebeuren, maar doet niets. Dan is er natuurlijk het kind dat gepest wordt en, zeldzaam maar ze bestaan, de verdediger. Dit is het kind dat opkomt voor het slachtoffer en zelf helpt of hulp inschakelt. Het platform ‘Wij leren’ maakte hier een mooie en overzichtelijke infographic van.
Vaak gaat de aandacht alleen naar de pester en het kind dat gepest wordt. Maar zoals je hierboven ziet: het is een groepsproces.
Kinderen die gepest worden, worden opzettelijk en stelselmatig lastiggevallen door iemand met een ‘hogere’ positie. Fysiek, verbaal, psychologisch en tegenwoordig ook online. Onderzoeken wijzen uit dat er geen eenduidig antwoord is op de vraag waarom het ene kind wel gepest wordt en het andere kind niet. Maar wat wel blijkt, is dat met name kinderen die wat kwetsbaarder zijn vaker slachtoffer zijn van pesterijen.
Hooggevoeligheid en pesten
Veel kinderen en volwassenen die hooggevoelig blijken, geven aan zich vaak anders te voelen. Dit herken ik zelf ook maar al te goed. Niet begrijpen waarom anderen dingen doen, maar ook andersom je onbegrepen voelen door de rest van de wereld. Je anders voelen maakt je kwetsbaar, want je voldoet blijkbaar niet aan de norm.
Dit geldt niet alleen voor hooggevoelige personen, maar ook voor andere neurodivergenten. Neurodiversiteit staat voor verschillende breinvariaties. Hier valt hooggevoeligheid onder, maar bijvoorbeeld ook autisme, ADHD, dyslexie en hoogbegaafdheid. Kort gezegd is dit een groep waarbij het brein anders bedraad is dan bij een neurotypisch brein. Dit laatste wordt gezien als normaal en voor deze groep is de maatschappij ideaal ingericht. Pas je niet binnen deze groep dan loop je tegen allerlei zaken die voor jou niet passen. Kinderen kunnen hierdoor het gevoel krijgen dat het raar is dat dingen niet lukken, dat ze er niet bij horen en ze voelen zich onbegrepen.
Onderzoek wijst dan ook uit dat ook hooggevoelige kinderen een grotere kans hebben om gepest te worden. In 2010 werd een eerste verkennend onderzoek gedaan in Vlaanderen. De exacte resultaten vind je via de bronvermelding onder aan deze blog, maar samenvattend is de conclusie dat er een duidelijk verband is tussen pesten en hooggevoeligheid. Onder meer het kenmerk dat hooggevoelige kinderen vaak intense emotionele reacties hebben, zorgt ervoor dat ze sneller slachtoffer zijn van pestgedrag.
Als ik kijk naar mijn eigen ervaring speelde mijn kwetsbaarheid de grootste rol. Een combinatie van me anders voelen, snel overweldigd zijn door grote groepen en nieuwe situaties (wat op een middelbare school veelvuldig voorkomt), niet weten wat mijn grens was en dus ook niet hoe ik deze moest beschermen, zorgde ervoor dat ik lange tijd een buitenstaander was.
Hoe kun je dit voorkomen?
Terugdenkend aan mijn middelbare school vraag ik me soms wel eens af hoe het anders had kunnen zijn. Wat had ik nodig gehad om me sterker te voelen? Geen uitzondering, maar geaccepteerd?
Alle antwoorden die ik bedenk, komen dan toch neer op één conclusie: erkenning, herkenning en acceptatie van mijn hooggevoeligheid als één van mijn vele eigenschappen.
Eén klein detail: hier was 30 jaar geleden nauwelijks of geen aandacht voor. Net als dat er in mijn klas geen enkele ADHD-er, leerling met autisme of een dyslectische leerling te vinden was.
Tegenwoordig is dit gelukkig anders en dus kunnen we hier met zijn allen iets aan doen.
Stoppen van pestgedrag start met het herkennen, erkennen en accepteren van neurodiversiteit. Meer aandacht en passende ondersteuning in de klaslokalen bijvoorbeeld. Ouders die weten wat het betekent als je kind hooggevoelig is. Huisartsen of consultatiebureaus die je voor kunnen lichten.
Kortom, meer bekendheid voor deze mooie breinvariaties. Zodat iedereen zich ‘normaal’ kan voelen binnen deze maatschappij. Wat dat dan ook mag betekenen.
Bron:
Scriptie Hogeschool VIVES, 2010
https://scriptiebank.be/scriptie/2010/pesten-ligt-gevoelig-een-onderzoek-naar-pesten-op-school-bij-hoogsensitieve-kinderen
Nederlands Jeugd Instituut
https://www.nji.nl/kennis/pesten/wat-is-pesten-wat-zijn-signalen











